16 min.

Diversiteit en inclusie in zorg en welzijn

Diversiteit en inclusie in zorg en welzijn
De Regenboogrotonde is een routekaart, ontwikkeld in opdracht van de Regenboogwerkgroep Zorg en Welzijn regio Nijmegen. Deze routekaart heeft als doel lhbtiqa+-inclusie te vergroten in zorg- en welzijnsorganisaties. De Regenboogrotonde geeft praktische en wetenschappelijk onderbouwde handvatten. Het helpt je organisatie om op een duurzame en integrale manier aan de slag te gaan met diversiteit en inclusie in zorg en welzijn.

Delen

LinkedIn Twitter Facebook

De Regenboogrotonde is vrij verkrijgbaar via de onderstaande link.

LHBTIQA+-inclusieroutekaart, De Regenboogrotonde

Regenboogrotonde Poster (A2 formaat)

De Regenboogrotonde neemt je mee langs een groot aantal onderwerpen waar je mee aan de slag kunt om een organisatie inclusiever te maken. Dit vraagt om een zekere hoeveelheid aan aanpassingen in de werk- en denkwijze van de organisatie en de zorg- en welzijnsprofessional. In de eerste afslag van de rotonde bekijken we hoe je dit veranderproces het best aan kunt pakken.

Al hebben de meeste mensen wel eens gehoord van de afkorting lhbtiqa+, niet iedereen weet wat het allemaal inhoud. Ook is niet voor iedereen bekend hoe een identiteit uit deze letterreeks impact kan hebben op de persoon en diens zorg- of welzijnstraject. In de tweede afslag van de rotonde gaan we daarom in op kennis over lhbtiqa+-zorg- en welzijnsvragers (hierna zw-vragers, afgeleid van het woord zorgvragers).

In de derde afslag kijken we naar bedrijfsvoering en hoe je deze objectief en inclusief kunt inrichten. Zorg- en welzijnsorganisaties (zw-organisaties) zijn namelijk ook ‘bedrijven’ en werkgevers en zouden ook richting hun werknemers inclusief moeten zijn.

(Naast specifieke aandacht voor lhbtiqa+-inclusie zijn vele onderdelen in de kaart ook toe te passen op andere vormen van diversiteit en uitsluiting en/of discriminatie.)

In het onderstaande artikel zullen we de context en het belang van de Regenboogrotonde verder uitdiepen. In eerste instantie gaan we kijken naar verschillende vormen van discriminatie in zorg- en welzijn. Denk bijvoorbeeld aan racisme, validisme (discriminatie dat zich richt tegen mensen met een fysieke of mentale beperking), seksisme etc. We nemen wat cijfers door die de urgentie van inclusie duidelijk te maken. Ook bekijken we een aantal voorbeelden van hoe discriminatie in zorg en welzijn zich kan uiten. Daarna zoomen we specifiek in op lhbtiqa+-mensen in zorg en welzijn. Om af te sluiten gaan we wat verder in op de kennis en handvatten die de Regenboogrotonde kan bieden.

Discriminatie in zorg en welzijn

In Nederland ervaart zo’n 27% van de bevolking discriminatie (Andriessen et al., 2020). Het is inmiddels bekend dat discriminatie ook een groot probleem is binnen zorg en welzijn (Harnacke et al., 2023, Movisie). Met discriminatie in zorg en welzijn bedoelen wij het onrechtmatig ongelijk behandelen van mensen op basis van hun sociaal culturele achtergrond, huidskleur, afkomst, gender, seksuele oriëntatie, religie, leeftijd, beperking en/of andere persoonlijke kenmerken in een zorg en welzijnscontext. Discriminatie kan zich zowel bewust als onbewust voordoen. We kennen allemaal wel stereotypen en vooroordelen die bestaan over bepaalde (groepen) mensen. Hier worden we door beïnvloed in ons denken, ons gedrag en hoe we beslissingen nemen. Dit komt omdat deze stereotypen en vooroordelen onbewust kunnen meewegen, zelfs wanneer we niet willen discrimineren.

Stereotypen en vooroordelen, bewust en onbewust, zijn grote voorspellers van discriminatie. Maar, goed nieuws, door voldoende kennis, bewustwording en de juiste werkmethodes te hanteren kun je de invloed van (onbewuste) stereotypen en vooroordelen verminderen of vermijden. Dit doe je bijvoorbeeld door bepaalde werkprocessen objectief in te richten. Denk hierbij aan de werving- en selectieprocedure (TNO, 2020). Deze wetenschappelijk bewezen methodes komen ook terug in de Regenboogrotonde.

Uitsluiting en discriminatie kan zich voordoen op zowel individueel niveau (tussen mensen) als op institutioneel niveau (beleid, processen, geschreven en ongeschreven regels die leiden tot structurele ongelijkheid). Sommige mensen in onze samenleving hebben door hun identiteit, achtergrond of kenmerken een vergrote kans op discriminatie. Zo ervaren vrouwen bijvoorbeeld meer discriminatie in zorg en welzijn. Zemouri (2022) deed onderzoek onder patiënten en kwam tot de conclusie dat vrouwen 2,3 keer vaker zorgdiscriminatie meemaken dan mannen. Ook mensen van kleur en mensen met een migratieachtergrond hebben vaker te maken met discriminatie. 14% van de Marokkaanse Nederlanders en 18% van de Turkse Nederlanders heeft vermoedens van discriminatie als zij met een zorgvraag komen. Witte Nederlanders ervaren dit een stuk minder met 3% (Andriessen, 2020).

Over mensen met een beperking zijn, bij ons weten, weinig cijfers bekend in zorg en welzijn. Toch weten we dat deze groep vaak discriminatie meemaakt in het algemeen. Ze ervaren vaker discriminatie op meerdere vlakken in vergelijking met mensen zonder beperking (Andriessen et al. 2020). Een andere groep die een verhoogde kans heeft op discriminatie zijn lhbtiqa+-personen, waar de Regenboogrotonde zich op richt.

De gevolgen van discriminatie in de zorg- en welzijnssector zijn groot. Wanneer zw-vragers ervaringen hebben met discriminatie in zw-organisaties kan het er namelijk toe leiden dat zij zorg gaan vermijden terwijl ze deze eigenlijk nodig hebben

Ook blijkt de bestaande algemene zorg en welzijn nog niet altijd goed aan te sluiten bij groepen mensen met bepaalde kenmerken. Iemands kenmerken en achtergrond worden niet altijd voldoende meegenomen in het bieden van zorg en welzijn terwijl deze wel degelijk een impact heeft op het welzijn of het herstel van een persoon.

Maar hoe uit discriminatie zich in de praktijk?

Voorbeelden van discriminatie in zorg en welzijn:

  • Ongelijke behandeling door zorg- en welzijnsverleners, zoals het minder serieus nemen van klachten of het niet aanbieden van passende zorg en welzijn.
  • Ongelijke behandeling door zorg- en welzijnsinstellingen, zoals het niet aannemen van mensen van een bepaalde afkomst als medewerker of het creëren of toelaten van een onveilige werkomgeving voor bepaalde groepen medewerkers.
  • Een homoseksuele zorg- en welzijnsverlener wordt door collega’s gepest.
  • Een persoon met een religieuze hoofdbedekking wordt door een zorg- en welzijnsverlener niet serieus genomen.
  • Mensen van kleur en mensen met een migratieachtergrond ervaren discriminatie tijdens hun geneeskunde opleiding, hebben te maken met micro-agressie en stromen moeilijker door (Isik, 2019).
  • Een transgender persoon wordt door een zorg- en welzijnsverlener niet aangesproken met de juiste voornaam of aanspreekvorm.
  • Binnen medische literatuur en de medische opleidingen wordt wit als de norm gezien, witte mensen en de witte huid domineren en worden als uitgangspunt genomen. Anatomische plaatjes van zwarte mensen worden bijvoorbeeld weinig gebruikt (Louie & Wilkes, 2018).
  • Een zw-vrager wil niet geholpen worden door iemand op basis van uiterlijke kenmerken, bijvoorbeeld omdat de medewerker een hoofddoek draagt of op basis van huidskleur.
  • Een persoon met een psychische beperking wordt door een zorgverlener gelabeld of gestereotypeerd.
  • Een zw-vrager verwacht dat iemand met een migratieachtergrond minder competenties of diploma’s heeft.
  • Medisch onderzoek wordt veelal uitgevoerd op witte cisgender mensen. Witte cisgender mannen worden als de norm genomen (Harnacke et al., 2023). Er is zelfs vaak amper aandacht voor verschillen tussen mannen en vrouwen (Van Hagen et al., 2021).
Onderzoek Ipsos (2021)

Uit onderzoek van Ipsos (2021) onder ruim 11.000 respondenten in de zorg- en welzijnssector kwam naar voren dat 19% van de respondenten aangaven in de laatste 12 maanden discriminatie te hebben ervaren door patiënten of cliënten. Daarbij zou ook nog eens 11% van de respondenten discriminatie hebben ervaren door bezoekers van de patiënten of cliënten (familie, vrienden, andere bezoekers). Niet alleen vanuit patiënten, cliënten en andere bezoekende omstanders werd discriminatie ervaren. Ook gaf 6% van de respondenten aan in de laatste 12 maanden discriminatie te hebben ervaren door collega’s of leidinggevenden.

Lhbtiqa+-discriminatie in zorg en welzijn

Lhbtiqa+-personen maken een niet te verwaarlozen hoeveelheid deel uit van de samenleving. 1 op de 15 Nederlanders zou naar schatting lhbt zijn (Kuyper, 2018). Dit gaat om zo’n 1,2 miljoen Nederlanders. De geleidelijke verbeteringen in lhbtiqa+-acceptatie van de laatste decennia zorgen ervoor dat meer mensen hun seksuele en genderdiversiteit durven te verkennen en ervoor uit durven te komen. Uit onderzoek in de Verenigde Staten (Gallup, 2022) blijkt dat ongeveer 19,7% van de generatie Z (geboren tussen 1997 en 2004) zich als lhbtiq+ identificeert. Het is aan te nemen dat deze cijfers vergelijkbaar zouden kunnen zijn voor Nederland. Een aanzienlijk deel van de mensen die zorg- en welzijn krijgen identificeert zich dus als lhbtiqa+.

Ondanks verbeteringen in acceptatie van lhbtiqa+-personen over de laatste decennia krijgen ze nog vaak te maken met discriminatie en uitsluiting. Volledige acceptatie is er nog niet, acceptatie lijkt de laatste jaren zelfs gestagneerd te zijn. Discriminatie en uitsluiting blijft nog steeds plaatsvinden. In de zorg- en welzijnssector is dit niet anders. Lhbtiqa+-personen lopen meer risico op ervaring met discriminatie en uitsluiting dan heteroseksuele cisgender personen. Deze discriminatie en uitsluiting kan verschillende vormen aannemen. Mensen kunnen op een expliciete manier te maken krijgen met discriminerende uitingen. Ook kan het gebeuren dat problemen niet serieus worden genomen vanwege iemands seksuele oriëntatie of genderidentiteit (TNN, 2022).

Transgender Netwerk (2022) deed onderzoek onder transgender personen in relatie tot de zorg. Hierin gaven ze een voorbeeld, “In 2020 belde mijn familie 112 omdat ik moeite had met ademhalen. De ambulance kwam, en een familielid deed het woord. Hij besloot te vertellen dat ik trans ben. Daarop zei de ambulanceverpleegkundige: ‘O ja, dat soort mensen hebben ook wel vaak psychische klachten hè?’ En weg waren ze daarna” (TNN, 2022). Uitsluiting en discriminatie komt ook op een meer impliciete of onbewuste manier voor doordat medewerkers bijvoorbeeld geen of onvoldoende kennis hebben over lhbtiqa+-mensen. De zorg- of welzijnsverlener wil niet discrimineren, maar kennis en scholing ontbreekt om goed om te kunnen gaan met de vraag van de zw-vrager. Ook kan het voorkomen dat seksuele oriëntatie of genderidentiteit überhaupt niet meegenomen wordt in een traject terwijl dit wel van invloed kan zijn op bijvoorbeeld het zorgtraject, welzijnsvraagstuk of effectiviteit van preventie interventies.

Daarnaast kan micro-agressie een vorm van impliciete discriminatie zijn. Micro-agressies zijn alledaagse opmerkingen die onschuldig lijken maar die in werkelijkheid vijandig, denigrerend of beledigend zijn. Deze kunnen zowel bewust als onbewust plaatsvinden. Micro-agressie komt zo vaak voor dat het een vorm van discriminatie is die sociaal geaccepteerd is. Veelal verpakt in een ‘grapje’. Hierdoor lijkt het misschien onschuldig toch is het discriminatie en kan het grote impact hebben op degene waar het om gaat. Micro-agressie kan een trigger zijn voor traumatische ervaringen uit het verleden. Dit kan weer leiden tot depressie. Er is een significant verband tussen micro-agressie, traumatische ervaringen en depressie (Torres & Taknint, 2015).

Lhbtiqa+-personen lopen op een aantal manieren meer risico om klachten te onwikkelen. Dit komt enerzijds doordat zij in het algemeen vaker te maken krijgen met discriminatie en uitsluiting, wat het risico op mentale klachten vergroot (SCP, 2022). Dit kan weer gevolgen hebben op de fysieke gezondheid. Anderzijds is er ook minder algemene bekendheid over risico’s waardoor er niet op de juiste preventie ingezet wordt.

Een groter risico op mentale klachten

Laten we eerst kijken naar het hogere risico op mentale klachten. Uit onderzoek komt naar voren dat lhbt-personen over het algemeen vaker psychische klachten hebben dan heteroseksuele cisgender personen (Kuyper, 2018; Van Beusekom & Kuyper, 2018). Lhbt-personen zijn vaker depressief en doen in verhouding meer suïcidepogingen (Vijlbrief en Bool, 2018). Ook is er vaker sprake van overmatig alcoholgebruik, risicogedrag en worden lhbt-personen vaker het slachtoffer van (seksuele) geweldservaringen. Dit komt bij biseksuele mensen nog meer voor dan bij lesbische en homoseksuele mensen (Van Beusekom & Kuyper, 2018).

Lhbtiqa+-jongeren ervaren vaker dan hun heteroseksuele leeftijdgenoten emotionele en mentale problemen (Kuyper, 2015). Bij jongeren, die volop hun identiteit aan het vormen en ontdekken zijn, is aandacht voor gender en seksuele diversiteit des te belangrijker. Ze zijn vaak afhankelijk van hun school- en leefomgeving waar ondersteuning en acceptatie niet altijd aanwezig zijn. Goede ondersteuning en sensitiviteit zorg, preventie en welzijn kan doorslaggevend zijn om jongeren toch goed op hun plek te laten komen. Daarnaast heeft het kennen van andere lhbtiqa+-personen een positieve en beschermende werking (Meyer, 1995, 2003). Het faciliteren en creëren van een omgeving waarin ruimte is voor ontmoeting kan dus bijdragen aan de gezondheid van lhbtiqa+-personen.

Trans- en biseksuele personen lopen een groter risico op mentale (en fysieke) klachten dan lesbische en homoseksuele personen (Konrad en Kostev 2020; Valentine en Shipherd 2018). Zij ervaren de meeste discriminatie en worden het meest geconfronteerd met risicovolle situaties (Van Beusekom & Kuyper, 2018). Dit heeft bijvoorbeeld als gevolg dat 1 op de 3 (33%) biseksuele mensen mentale klachten ervaart, dit is 3x zo vaak als hetero personen waarvan 11 % aangeeft mentale klachten te hebben (SCP, 2022).

Een van de oorzaken van het grotere aantal mensen met mentale klachten kan te vinden zijn bij de impact van minderheidsstress op lhbtiqa+-personen (Meyer, 1995, 2003). De soms dagelijkse confrontatie met het feit dat je buiten de norm valt kan voor een zekere hoeveelheid aan stress zorgen. Dit is door Ilan Meyer, in 1995, minderheidsstress genoemd. Met een wetenschappelijk literatuuronderzoek rondom stress en gezondheid heeft hij kunnen aantonen dat lhb-personen een specifieke vorm van stress ervaren die afstamt van hun lhb-zijn in een samenleving die is ingericht op cisgender, heteroseksuele mensen. Deze stress komt boven op de eventuele algemene stress die velen van ons ervaren. Alle mensen die binnen de lhbtiqa+-parapluterm vallen kunnen minderheidsstress ervaren met de mentale en fysieke gevolgen van dien. Wanneer lhbtiqa+-personen daadwerkelijk worden geconfronteerd met situaties van discriminatie en uitsluiting heeft dit uiteraard nog meer gevolgen op de mentale en fysieke gezondheid.

Een groter risico op fysieke klachten

Naast het hogere risico op mentale klachten lopen lhbtiqa+-personen op bepaalde vlakken ook hogere risico’s om fysieke klachten te ontwikkelen. In eerste instantie kunnen de fysieke klachten ten gevolge van de minder goede mentale gezondheid van lhbtiqa+-personen benoemd worden. Stress, depressie en angst, vooral wanneer ze chronisch zijn, kunnen grote gevolgen hebben voor de fysieke gezondheid (APA, 2018).

Daarnaast is er minder algemene bekendheid over gezondheidsrisico’s die specifiek verbonden zijn of -gerelateerd gedrag. Het meest bekende voorbeeld hiervan is HIV en AIDS. Dit virus is niet gebonden aan iemands seksuele oriëntatie maar onbegrip heeft in de tweede helft van de vorige eeuw gezorgd voor talloze doden onder homoseksuele mannen en trans vrouwen gezorgd. Sinds die tijd is meer begrip ontstaan en is er ingezet op onderzoek en gerichte preventie (bijv. PrEP en preventiecampagnes). Dit alles heeft er toe geleid dat in Amsterdam de HIV-besmettingscijfers met 95% gedaald zijn sinds 2010 en dat in 2022 naar schatting maar 9 personen uit de gemeente Amsterdam een HIV-besmetting opliepen (Aidsfonds, 2023).

Toch zien we nog steeds veel onwetendheid over de gezondheid van homoseksuele mannen en nog meer over andere groepen in de lhbtiqa+-gemeenschap. Onwetendheid of ontkenning in zorg- en welzijnscontext over mensen met verschillende achtergronden, kenmerken of identiteiten zorgen ervoor dat lhbtiqa+-personen soms onbewust worden gediscrimineerd. Niet iedereen weet dat zorg op maat nodig is. Soms moet er rekening gehouden worden met bepaalde factoren die verder gaan dan alleen fysiologische verschillen.

Gevolgen voor lhbtiqa+ zorg- en welzijnsvragers

De hiervoor genoemde risico’s leiden ertoe dat lhbtiqa+-personen vaker met zorg- en welzijnsorganisaties te maken kunnen krijgen. Toch zou het risico op negatieve ervaringen in zorg en welzijn lhbtiqa+-personen ervan kunnen weerhouden om op zoek te gaan naar de benodigde zorg (Kolste & Venderbos, 2022). Dit kan onder andere komen door eerdere negatieve ervaringen binnen zorg en welzijn. Ook kan angst om met negatieve of ongepaste reacties te maken te krijgen ten opzichte van seksuele oriëntatie en/of genderidentiteit iemand ervan weerhouden om hulp te zoeken.

Onwetendheid bij de zorg- of welzijnsprofessionals over seksuele oriëntatie of genderdiversiteit kan als ongemakkelijk of zelfs onveilig worden ervaren. Lhbtiqa+-personen kunnen bang zijn uitgesloten te worden, niet begrepen te worden, niet serieus genomen te worden of geen adequate zorg te krijgen. De optelsom van risico’s op negatieve ervaringen kan ervoor zorgen dat lhbtiqa+-personen zorg gaan mijden. Niet alleen zorg direct gerelateerd aan hun lhbtiqa+ zijn maar ook voor andere zorgkwesties. Hierdoor kunnen mensen te lang met klachten blijven rondlopen waardoor de klachten kunnen verergeren of er zich andere klachten bij kunnen ontwikkelen.

Belangrijke personen en belangenorganisaties, zoals bijvoorbeeld Roze 50+, zien dat ouderen hun homoseksuele identiteit weer regelmatig verbergen, of ze verwachten dit te gaan doen als ze zorg ontvangen van derden (Fokkema, 2012). Er is weinig aandacht voor lhbtiqa+-inclusie binnen de ouderenzorg. Dit geldt niet alleen voor zw-vragers, homoseksuele zorgverleners geven aan afgewezen te worden door bewoners of te worden uitgescholden (Van der Tuin & Fiere, 2022). Betreft de situatie van lhbtiqa+-acceptatie in de langdurige zorg voor mensen met een beperking is maar weinig bekend.

Dat de cijfers voor langdurige zorg zo slecht uitpakken of helemaal niet bekend zijn is een probleem. Langdurige zorg is, zoals de naam het al zegt, langdurig en raakt veel in het dagelijkse leven van een persoon. Als je hierin discriminatie ervaart op grond van je genderidentiteit en of seksuele oriëntatie heeft dit grote gevolgen voor je levenskwaliteit en het succes en kwaliteit van de zorg zelf. Het is dan ook aan te bevelen dat organisaties die langdurige zorg bieden, maar ook ieder ander types zorg- en welzijnsorganisaties, met lhbtiqa+-inclusie aan de slag gaan.

Diversiteit en inclusie in zorg en welzijn

Wat je kunt doen tegen discriminatie in zorg en welzijn: de Regenboogrotonde

De Regenboogrotonde biedt handvatten en tools voor alle soorten zorg- en welzijnsorganisaties om met lhbtiqa+-inclusie aan de slag te gaan. Het uiteindelijke doel van de Regenboogrotonde is te zorgen dat lhbtiqa+-personen met goed geïnformeerde en kundige zorg- en welzijnsprofessionals te maken krijgen en dat ze niet meer met (onbewuste) discriminatie geconfronteerd worden wanneer ze hulp nodig hebben.

Benieuwd wat er in de Regenboogrotonde staat? Klik op de volgende link om de Regenboogrotonde te openen: LHBTIQA+-inclusieroutekaart, De Regenboogrotonde

Hier alvast een teaser van wat er in de Regenboogrotonde aan bod komt.

  • Een duidelijke D&I-visie en -missie ontwikkelen. Koppel deze aan SMART geformuleerde doelen. Betrek hierbij meerdere mensen van je organisatie uit verschillende lagen.
  • Diversiteitsensitief werken: hierbij staat de zw-vrager centraal en niet de aandoening. Je verdiept je als professional in iemands achtergrond en kenmerken. Ook houd je rekening met intersectionaliteit.
  • Bewustwording vergroten: in het algemeen maar ook gericht op je eigen blinde vlekken, stereotypen en vooroordelen. Zw-vragers kunnen in de weerstand schieten als ze merken dat ze onbewust schuldig zijn aan ongelijke behandeling of discriminatie. Leer hoe je met weerstand omgaat.
  • Sociale veiligheid is een belangrijk onderdeel van inclusie. Richt een volwaardige meldingsprocedure in. Deze dient aan allerlei eisen te voldoen waar organisaties zich vaak niet bewust van zijn. Zorg daarnaast voor gedragsregels, een vertrouwenspersoon. Zorg ook dat mensen weten van het bestaan van deze gedragsregels en de vertrouwenspersoon. Daarnaast is psychologische veiligheid essentieel om melding te durven doen.
  • Inclusief leiderschap is essentieel voor een inclusieve en veilige omgeving. We weten dat een inclusieve norm kan bijdragen aan het verminderen van discriminatie. Mensen in een leidinggevende positie hebben de macht om structureel aandacht te vragen voor diversiteit en inclusie. Zij kunnen zorgen voor een LHBTIQA+-vriendelijke omgeving.

De Regenboogrotonde is vrij verkrijgbaar via de onderstaande link en te gebruiken door iedereen.

LHBTIQA+-inclusieroutekaart, De Regenboogrotonde

Regenboogrotonde Poster (A2 formaat)

Bibliografie

Aidsfonds (2023). Amsterdam nadert 0 nieuwe hiv-infecties, nu rest van Nederland nog. https://aidsfonds.nl/nieuws/amsterdam-nadert-0-nieuwe-hiv-infecties-nu-rest-van-nederland-nog/

Andriessen, I., Hoegen Dijkhof, J., van der Torre, A., van den Berg, E., Pulles, I., Iedema, J. & de Voogd-Hamelink (2020). Ervaren discriminatie in Nederland II. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

APA (2018). Stress effects on the body.  https://www.apa.org/topics/stress/body?utm_source=linkedin&utm_medium=social&utm_campaign=apa-stress&utm_content=stress-body-effects

Beusekom, G. van & Kuyper, L. (2018). LHBT-monitor 2018. De leefsituatie van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgender personen in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Gallup (2022). U.S. LGBT Identification Steady at 7.2%. Gallup News: https://news.gallup.com/poll/470708/lgbt-identification-steady.aspx

Hulsegge, G., Emmert, S. & Verhoef, H. (2020). Delphi-studie stand der wetenschap arbeidsmarktdiscriminatie. Interventies om arbeidsmarktdiscriminatie te verminderen en de diversiteit te vergroten. TNO.

Harnacke, C., Badou, M., Felten, H. & Cadat-Lampe, M. (2023). Discriminatie in de zorg en de sport: wat weten we (niet)? Utrecht: Movisie.

Huijnk, W., Damen R., van Kampen L. (2022). LHBT-Monitor 2022. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

IPSOS (2021). Agressie en ongewenst gedrag op de werkvloer. Rapportage totale sector zorg en welzijn. Amsterdam: Ipsos.

Isik, U. (2019). Motivation and academic performance of ethnic minority medical students: ‘Struggling and coping in the path from student to doctor’. [PhD-Thesis – Research and graduation internal, Vrije Universiteit Amsterdam].

Kolste, R. & Venderbos, J. (2022). Ervaringsverhalen discriminatie in de zorg. Utrecht: Pharos expertisecentrum gezondheidsverschillen.

Konrad, M. & Kostev, K. (2020). Increased prevalence of depression, anxiety, and adjustment and somatoform disorders in transsexual individuals. Journal of Affective Disorders. 274, 482-485.

Kuyper, L. (2017). Transgender personen in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Kuyper, L. (2018). Opvattingen over seksuele en genderdiversiteit in Nederland en Europa. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Louie, P. & Wilkes, R. (2018). Representations of race and skin tone in medical textbook imagery. Social Science & Medicine, 202, 38-42.

Meyer, I. (1995). Minority Stress and Mental Health in Gay Men. Journal of Health and Social Behavior. 36(1): 38-56.

Meyer, I. (2003). Prejudice, social stress, and mental health in lesbian, gay, and bisexual populations: conceptual issues and research evidence. Psychological Bulletin. 129(5): 674-697.

Saunders, C.L., Meads, C., Abel, G.A., & Lyratzopoulos, G. (2017). Associations between sexual orientation and overall and site-specific diagnosis of cancer: evidence from two national patient surveys. J. Clin. Oncol. 35: 3654-3661.

Torres, L. & Taknint, J.T. (2015). Ethnic Microaggressions, Traumatic Stress Symptoms, and Latino Depression: A Moderated Mediational Model. Journal of Counseling Psychology. 62(3), 393-401. American Psychological Association

Van den Voorn, K. (2022). Meerderheid trans personen ervaart discriminatie in de zorg. Transgender Netwerk Nederland. https://www.transgendernetwerk.nl/meerderheid-trans-personen-ervaart-discriminatie-in-de-zorg/

Van Hagen, L. J., Muntinga, M., Appelman, Y., & Verdonk, P. (2021). Sex-and gender-sensitive public health research: an analysis of research proposals in a research institute in the Netherlands. Women & Health, 61(1), 109-119.

Valentine, S.E. & Shipherd, J.C. (2018). A systematic review of social stress and mental health among transgender and gender non-conforming people in the United States. Clinical Psychology Review. 66, 24-38.

Vijlbrief, A. en M. Bool (2018). Suïcidepreventie LHBT-jongeren. Wat kunnen ouders en professionals doen volgens de literatuur. Utrecht: Movisie.

Zemouri, C. (2022). Discriminatie maakt ziek. Hoe patiënten met een migratieachtergrond door zorgdiscriminatie verslechterde zorg ontvangen. Wetenschappelijk Instituut STATERA.

Deel dit artikel via...

Wat hebben we
al gedaan

Het schrijven van een op maat gemaakte handreiking "Inclusieve communicatie" voor gemeentemedewerkers van de communicatie afdeling.

Gemeente Oost Gelre

Het schrijven van een op maat gemaakte handreiking "Inclusieve communicatie" voor gemeentemedewerkers van de communicatie afdeling.

Gemeente Oost Gelre

Het ontwikkelen van een routekaart voor het integraal en duurzaam implementeren van D&I in een zorg- en welzijnsorganisatie. In opdracht van het Radboud UMC en 22 zorg- en welzijnsorganisaties in de regio Nijmegen.

Radboud UMC

Tijdens een werkconferentie vertelden we hoe je inclusie en diversiteit kunt bevorderen. Hierbij gaven we praktische tips en handvatten en deelden best practices van gemeenten.

NOC*NSF

Het ontwikkelen van een routekaart voor het integraal en duurzaam implementeren van D&I in een zorg- en welzijnsorganisatie. In opdracht van het Radboud UMC en 22 zorg- en welzijnsorganisaties in de regio Nijmegen.

Radboud UMC